@vvoorded volgen
Maartje Wortel - Altijd iemand anders

Altijd iemand anders

‘Vond je het fijn?’ vraagt Erik.
‘Was het goed wat ik deed?’
Stella zegt niets. Ze ligt met haar rug naar Erik toe. Het licht is uit, de lamellen zijn dicht, de ventilator staat op de hoogste stand. Die ventilator doet Stella aan een hotel denken, een plek ergens aan zee, aan vroeger, de tijd met Bastiaan.
Maar Erik en Stella zijn gewoon thuis, in hun eigen huis, in hun eigen bed. Er is in de buurt geen zee te bekennen en het is niet eens warm buiten, de ventilator staat aan uit gewoonte. Erik zet het ding vanaf de eerste dag dat ze elkaar kennen aan voordat ze met elkaar naar bed gaan; alsof zijn vinger die de hoogste stand van de ventilator indrukt al ruim vijf jaar moet aangeven dat hij geil is; wij gaan neuken, meisje. Ik pak je nu.
Andere mannen zetten muziek op of steken kaarsen aan; ze declameren desnoods zoete woordjes. Alle onzin is beter dan die ventilator, het draaien van de propeller, de verkoelende lucht die zacht langs haar huid strijkt en steeds weer aangeeft waar ze niet is.

Met Bastiaan had ze vaak rollenspellen gedaan. Als je iemand anders bent, durf je meer. Dat van die rollenspellen had ze ook weleens voorgesteld aan Erik, het had alles een stuk spannender kunnen maken, maar Erik had in eerste instantie niet gereageerd op haar voorstel en toen ze aandrong zei hij: ‘Kan je alsjeblieft normaal doen, Stel? Als ik met de buurvrouw naar bed wil, ga ik wel gewoon met de buurvrouw naar bed.’
Even leek er toen een opening te zijn gekomen in hun relatie. Stella had nooit stil gestaan bij de mogelijkheid dat Erik inderdaad met Jan en alleman naar bed kon wanneer hij dat zou willen.
Ze keken elkaar lang (en Stella dacht uitdagend) aan. Erik keek naar haar vanaf zijn leren fauteuil, zijn voeten rustend op een klein poefje en Stella keek naar hem vanaf de rand van de tafel in de woonkamer, haar benen wijd uit elkaar en haar voeten bungelend boven de vloer, onder de tafel zwiepend en terug, zoals jonge meisjes op een klimrek zitten.

‘Jij kan de buurvrouw helemaal niet krijgen,’ zei Stella.

‘Denk je dat?’ vroeg Erik. Hij lachte, schudde zijn hoofd en maakte een wegwerpgebaar met zijn hand. Hij leek niet uit zijn doen, wat ook niet vreemd was; Erik was nooit uit zijn doen.
‘Dat weet ik heel zeker. Geen sprake van dat jij de buurvrouw kan krijgen, zij is veel te mooi voor jou,’ zei Stella terwijl ze zich schaamde voor zichzelf. Niet omdat ze zulke dingen tegen haar vriend zei, maar omdat de buurvrouw volgens haarzelf te mooi voor hem was en zij niet. Alsof zijzelf een tweederangs vrouw was. Net als hij dat was voor haar; ze had genoegen met hem genomen; een onvruchtbare man die dag in dag uit tegen zijn onvruchtbaarheid in wilde neuken, met de ventilator op de hoogste stand. Alsof hij iets goed probeerde te maken door steeds bovenop haar te kruipen en haar te nemen, sommige vrouwen zouden een moord doen voor zo’n man, maar kinderen kregen ze er niet van.

‘Nou?’ vraagt Erik. Hij draait zich naar haar toe. Nu ligt hij achter haar, lepeltje lepeltje. Hij aait haar zacht door haar haar. ‘Vond je het lekker, baby?’
‘Ja,’ zegt Stella. ‘Natuurlijk vond ik het fijn. Je hebt toch gedaan wat je altijd doet?’
Zijn hand ligt stil in haar nek.
‘Hoe bedoel je: Wat ik altijd doe?’ vraagt Erik.
‘Gewoon,’ zegt ze.
‘Gewoon?’
‘Ja, gewoon, ja,’ zegt Stella. ‘Je weet best wat ik bedoel.’
‘Nee, dat weet ik niet,’ zegt Erik.
‘Laat maar.’
‘Nee, we laten het niet. Ik heb een hekel aan mensen die het laten.’
‘Oké,’ zegt Stella.
‘Ja, oké, dus?’
‘Gewoon,’ zegt ze.
‘Ja, dat zei je al.’
Hij laat haar los en draait zich op zijn buik.
Stella zegt: ‘Je gaat bovenop me liggen en vrijt met me. Ik lig daar maar onder je te denken aan hotels en aan helder water, ik lig te denken aan mijn werk en aan mijn moeder. Met een beetje geluk denk ik aan een of ander erotische film die ik vroeger keek op vrijdagavond op SBS6.  Ik hoef niets te doen, Erik. Ik lig daar maar en lig daar maar.’
Erik zwijgt een paar seconden. Hij ademt regelmatig in en uit, dan zegt hij rustig:
‘Ik denk niet dat ik je kan helpen. Het ligt geloof ik aan jezelf. Als jij wilt dat er iets verandert, moet je dat veranderen. Je moet doen wat je wilt doen. Ik doe ook wat ik wil doen; meer kan ik je niet geven.’
De ventilator draait nog steeds. De draaiende lucht tilt het laken aan het voeteneind een stukje op.

‘Wat wil je?’ vraagt Erik tenslotte.

‘Ik weet niet wat ik wil,’ zegt Stella. ‘Vergeet het.’
Waarschijnlijk betekent “vergeten” voor Erik hetzelfde als neuken. Hij pakt Stella van achteren; hard en diep. Hij houdt zich vast aan haar heupvet en berijdt haar.
‘Wil je het zo?’ vraagt hij. ‘Is dit wat je wilt?’
Misschien moet ze het hem gewoon zeggen, nu, terwijl hij in haar zit, precies zeggen wat ze wil. Maar ze houdt haar mond en ligt daar maar en ligt daar maar. Zoals altijd. Terwijl ze denkt  aan hotels en water in de branding. Een golf die over haar heenslaat.

Geschreven door: Maartje Wortel
Illustratie door: Josse Blase

 

Maartje Wortel is schrijver bij De Bezige Bij. In 2009 debuteerde ze met haar verhalenbundel Dit is jouw huis en in 2011 werd ze met haar eerste roman Half Mens genomineerd voor de BNG Nieuwe Literatuurprijs. Dit jaar verscheen haar nieuwste en door de pers bejubelde roman IJstijd.

“Maartje Wortel levert met haar derde roman een nieuw bewijsstuk van haar kwaliteiten. Het verhaal is geestig, wijs, oorspronkelijk – en goed geschreven. Wortel is geen literaire belofte, ze is er al, en ze is het lezen buitengewoon waard. ” –  (Vijf *****) - Daan Stoffelsen, Athenaeum