@vvoorded volgen
Emma Stomp - Dat zal u goed doen

Dat zal u goed doen

Mijn moeder zegt altijd dat als je hulp nodig hebt, je de juiste persoon in moet schakelen. Ik neem nooit iets van mijn moeder aan en al helemaal niet wanneer ze over hulp begint. Om hulp vragen is voor zwakke personen en dat ben ik niet. Bovendien werkt ze met gehandicapten en ik denk dat ze langzamerhand het gevoel krijgt dat iedereen om haar heen gehandicapt is. Toch draaide ik in december het nummer van de SOA hulplijn. Ik zei tegen mezelf dat het de SOA infolijn was en dat ik slechts informatie nodig had. Ik herhaalde het woord ‘infolijn’ een paar keer voor mezelf, voordat ik opbelde. Ik putte daar kracht uit.

‘SOA hulplijn met Bianca goedemiddag,’ klonk het. Bianca had dezelfde doorrookte stem als mijn tante. Ik vond dat onprettig, omdat ik niet het gevoel wou hebben dat ik tegen mijn tante praatte over SOA’s. Toch hing ik niet op.
‘Goedemiddag, met Lodewijk Huygen.’ zei ik. Van mijn vader heb ik geleerd dat je je altijd moet voorstellen met voor- en achternaam, omdat je dan serieuzer genomen wordt. Van mijn vader neem ik, in tegenstelling tot mijn moeder, wel dingen aan.
‘Waar kan ik je mee helpen?’ vroeg Bianca.
Ik keek naar buiten, naar de straat. Mijn overbuurmeisje haalde haar fiets van het slot. Ik had een keer naar haar gefloten in een dronken bui. Sindsdien negeerde ze me.
‘Bent u ook wel eens bang om dood te gaan?’ fluisterde ik.
Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn. Waarschijnlijk moest Bianca even nadenken.
‘Niet dat ik weet, maar dit is de SOA hulplijn.’
‘Vandaag heb ik te horen gekregen dat ik chlamydia heb. Eerst is het chlamydia en straks is het aids.’
‘Je kunt je laten testen op aids.’ zei Bianca. ‘Dat gaat heel eenvoudig.’
‘Het meisje van wie ik de SOA heb gekregen heet Lisa,’ zei ik. Ik weet niet waarom ik dat zei. Misschien moest ik haar naam zeggen om te bewijzen dat ik daadwerkelijk van iemand een SOA had gekregen. Verder viel er ook niet zoveel te bewijzen, want ze had niks achtergelaten in mijn kamer en er waren ook geen foto’s van ons samen. Ze had alleen een paar keer bovenop me gelegen, dat was alles.
‘Heeft die ene Lisa zich al laten testen?’
‘Ik moet het haar nog vertellen.’
‘Dat zou ik wel snel doen als ik jou was.’
‘Weet u, ze leek heel erg op princess Leia’
‘Ik weet niet wie je bedoelt.’
Hoe langer ik met Bianca aan de lijn hing, hoe minder haar stem op die van mijn tante begon te lijken. Bianca’s stem was lager, minder schel. Ze klonk als iemand die een hondje had. Een vrijgezel iemand met een hondje. Ik bedacht me ook dat ze met veel verschillende mannen seks moest hebben gehad. Je gaat niet zomaar bij de SOA hulplijn werken.
‘Jammer.’ zei ik. ‘U moet haar eens opzoeken op internet. Ze is echt heel mooi. Daarom nam ik Lisa ook mee naar huis denk ik. Omdat ze op haar leek.’
‘Je moet het niet gelijk onveilig doen.’
‘Mijn vrienden zeggen ook altijd dat ik geen meisjes mee naar huis moet nemen die op actrices lijken Dan kan het alleen maar tegenvallen, zeggen ze.’
‘Heb je al antibiotica in huis gehaald?’
‘Ja. Azitromycine. Kun je daar aan doodgaan?’ Ik weet dat je nooit zomaar iets moet slikken. Voor je het weet staat er in de krant dat er iets misging in de fabriek in China waar het medicijn geproduceerd werd en zit je opeens bij de dokter die je folders van gespecialiseerde ziekenhuizen in je handen duwt.
‘Ik denk van niet.’
‘Denkt u van niet of weet u het zeker?’
‘Ik ga het even navragen.’ Bianca legde de hoorn neer. Misschien was het ook wel haar headset. Ik heb geen flauw idee hoe het er aan toe gaat op het kantoor van de SOA hulplijn. In ieder geval klonk er op de achtergrond geroezemoes. Misschien werd Bianca die dag wel ingewerkt en wist ze daarom niet zeker of je dood kon gaan aan Azitromycine.
‘Bedankt voor het wachten.’ zei Bianca toen ze terugkwam. ‘Je kunt er maagdarmklachten van krijgen.’
‘Maar er zijn geen sterfgevallen bekend?’
‘Nee.’
‘Oké bedankt. Dan ga ik nu ophangen.’
‘Prima, bel vooral als je nog vragen hebt.’
‘Tot ziens.’ zei ik, ook al is dat iets vreemds om aan de telefoon te zeggen.
‘Tot ziens.’ zei Bianca.

Na het telefoongesprek ging ik naar de sportschool. Ik moest alle frustratie even kwijt. De mensen om me heen zagen het ook, want ik ging nogal tekeer op de loopband. Daarna haalde ik eten bij de Chinees. Mijn eten zat in van die plastic bakken met grijs papier eromheen gewikkeld. Bovenop de bakken lag een gelukskoekje. In het midden van het koekje zat een papiertje met een boodschap:

Ontzie u zelf de rest van de dag. Dat zal u goed doen.

Ik nam die boodschap erg serieus. Nadat ik de bakken met bami leeggegeten had ging ik daarom bier drinken met Mike en Levi. We praatten een beetje over hiphop en ik vroeg of ze nog geneukt hadden. Mike zei van wel, Levi zei van niet. De dagen daarna bleef ik mezelf ontzien. Ik ging niet naar college. Wel lag ik de hele dag in bed series te kijken. Ik ben mezelf nog steeds aan het ontzien, ook al is het een maand geleden dat ik het koekje brak. Lisa heb ik nog altijd niet gebeld. Soms denk ik dat ik haar ga bellen, maar dan doe ik het uiteindelijk toch niet. In het winkelcentrum zie ik soms een vrouw met een hondje lopen. Dan vraag ik me af of het Bianca is.

Geschreven door: Emma Stomp
Illustratie door: Josse Blase

Emma Stomp (1994) studeert sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, maar is elke vrije minuut bezig met schrijven. Ze publiceerde bij VPRO Dorst, Op Ruwe Planken en won in 2014 de schrijfwedstrijd Amsterdam Write Now! Daarnaast organiseert ze Spraakwater, de vaste poëzieavond in Studio /K.