@vvoorded volgen
De Duivenmelker

De Duivenmelker

Woensdagnacht, vijf over half een. Rene is maar in bed gaan liggen nadat hij Highlander voor de achtenzestigste keer heeft af gekeken. Het is absoluut zijn lievelingsfilm, want Christopher Lambert in de rol van een onsterfelijke krijger is alles wat hij wel zou willen, maar nooit zou kunnen zijn. Ten eerste omdat drieënvijftig nogal een vervelende leeftijd is om onsterfelijkheid te bemachtigen, ten tweede omdat Rene enkel een simpele duivenmelker is. Aan dit beroep is weinig heldhaftig, al zal Rene zijn levenswerk altijd met trots verdedigen. Het grijze gevogelte was zijn eerste liefde en is altijd zijn enige liefde gebleven. Niet dat hij enige seksuele gevoelens voor het dier heeft. Integendeel, hij is overtuigend heteroseksueel maar vooralsnog zonder succes bij het vrouwelijk geslacht. Rene is dan nog maagd. Juist daarom kiest Rene steeds vaker voor zijn vertrouwde duiven in plaats van wederom een blauwtje te lopen bij een vrouw in van de vele vrijgezellenkroegen die zijn woonplaats rijk is. Hij is dan ook nooit echt een echte casanova geweest, daar de gesprekken vroeg of laat altijd naar zijn opmerkelijke hobby leiden. Gelukkig is Rene door diezelfde hobby nooit eenzaam geweest. Maar wellicht dat daar morgen verandering in komt, hij heeft namelijk voor het eerst sinds jaren weer een afspraakje.

Woensdagavond, kwart over zeven. Rene heeft om half acht met zijn date afgesproken in het meest stijlvolle restaurant in zijn dorp. Hij heeft er alles voor over om deze avond perfect te laten verlopen, en heeft zich zelfs voorgenomen niet over zijn duiven te beginnen. Het kan bijna niet mis gaan. Hij werpt nog een laatste kritische blik op zijn perfect gelakte schoenen en heeft voor de gelegenheid zelfs zijn overhemd een keer gestreken. Strijken is voor veel mannen toch een onneembare horde in het leed wat huishouden heet en als alleenstaande man ben je bereid dit makkelijk te laten vallen. Duiven klagen immers nooit over kreukels.

‘Jij moet vast Rene wezen?’

Enigszins geschrokken van het horen van zijn naam door een andere vrouwenstem dan die van zijn moeder draait hij zich om en ziet daar de vrouw die hem vorige week op zijn vier jaar oude profiel op Lexa.nl een berichtje stuurde. Ze vond het ontzettend leuk dat ze een man had gevonden die ook in Hellevoetsluis woonachtig is en wilde daarom graag afspreken. Rene besloot na lang twijfelen er toch maar voor te gaan. De afgelopen jaren is hij steeds minder op het uiterlijk van een vrouw gaan letten,aangezien hij er zelf ook niet op vooruit is gegaan en iets is natuurlijk altijd beter dan niets. ‘Hoi, ik ben Renee! Zo grappig he, dat we hetzelfde heten en allebei in Hellevoetsluis wonen! Alsof we soulmates zijn.’
De vrouw, Renee (met extra e), draagt bruine kaplaarzen die ze ongetwijfeld in de uitverkoop bij Van Haren heeft gekocht, een spijkerbroek die tot haar enkels komt met daar bovenop en een bijpassend spijkerjasje op een paarse blouse die weer prima matcht bij haar kleine bril met paars montuur en haar aubergine gekleurde haar, uiteraard als praktisch kapsel geknipt.
‘Hallo.’ Rene geeft zijn naamgenote drie zoenen waarbij hij op zijn tenen moet staan, omdat ze zo’n vijf centimeter langer is. ‘Zullen we maar naar binnen gaan dan? Ik heb gehoord dat ze uitstekende entrecote hebben.’
Eenmaal binnen bekijkt Rene zijn afspraakje nog eens goed, zou dit zijn ontmoeting met het vrouwelijk geslachtsdeel zijn die hij al zo vaak in tijdschriften voorbij heeft zien komen maar in het echte leven nooit heeft mogen aanschouwen? Hij is vooral benieuwd naar de geur, op de middelbare school vertelden zijn klasgenoten tijdens de biologieles dat het onwijs stinkt, maar Rene is duivenstront gewend dus dan zal dit wel mee moeten vallen. Hij is er in ieder geval helemaal klaar voor.

Woensdagavond, vijf voor acht. De vraag wat Rene in het dagelijkse leven doet is gelukkig nog niet voorbij gekomen, zijn date heeft het te druk over het vertellen dat je wanneer je al negen jaar in het onderwijs werkt het net is of je zelf kinderen hebt. Haar verhalen gaan langs hem heen, hij wil haar vooral kennis laten maken met zijn lust. Het liefst zou hij haar hier op de tafel willen nemen, zo erg verlangt hij er naar om intiem te zijn met iets anders dan zijn rechterhand.
‘Is alles hier naar wens?’ Rene wordt uit zijn fantasiewereld getrokken door de ober.
‘Wij willen graag de kaart wel zien, en vul mijn glas nog maar bij. Het is een lekker wijntje, vind jij ook niet, Rene?’ Hij knikt, maar heeft geen flauw benul waar hij mee instemt.
Voordat Rene weer in gedachten kan verzinken, wordt er een uitgebreide menukaart onder zijn neus geschoven. Experimenteel met eten is Rene nooit geweest, dus de keuze valt al vrij snel op de carpaccio, de meest veilige keuze.
‘Oh, wat hebben ze veel!’ komt er enthousiast uit zijn tafelpartner. ‘Ik vind het heel moeilijk.’
Het eten kan Rene nu wel gestolen worden, het liefst slobbert hij de huiswijn op en vertrekt hij met haar richting zijn of haar woning om vervolgens zijn ultieme nacht te beleven. Hij voelt zijn kloppende lid tegen de rits van zijn ribbroek drukken, Rene staat op knappen, hij moet en zal deze vrouw vanavond helemaal te grazen nemen.
‘Ik ga voor de duivenborstsalade met cranberrydressing.’
Plots is de opgewonden staat van Rene helemaal verdwenen. Er is in de geschiedenis van de man nog nooit eerder een
penis zo snel verslapt. Totaal in shock kijkt hij haar aan. Zei ze dit echt? Moest deze vrouw nu daadwerkelijk hetgene gaan eten waar hij al heel zijn leven zijn ziel en zaligheid in gestopt heeft? Moest dit scenario nu echt plaatsvinden? Rene heeft geen flauw idee waar hij dit aan verdiend heeft, maar als er een god is dan heeft hij bloedhekel aan duivenmelkers, dat kan haast niet anders. Verbijsterd staat hij op, en loopt weg van de tafel.
‘Jij gaat even naar de WC, dan bestel ik alvast voor ons, ok?’ Hij luistert eigenlijk niet eens meer wat zijn date hem naroept. Rene is een maagd en zal dat vanavond in elk geval nog blijven. Hij loopt langs de toiletten direct de zaak uit, richting huis. Richting zijn geliefde duiven.

Geschreven door: Keke Baas
Illustratie door: Josse Blase