@vvoorded volgen
Verhaaltje voor de Dorst van Nienke S Gravemade

Jacobien

Jacobien heette ze, een saai meisje met mistroostige borsten en een stem wulps als geklaarde boter op

een vochtige asperge. Hij ontmoette haar op een feestje van wederzijdse vrienden, zo hadden ze

halverwege de avond, na diepgravend onderzoek van haar kant, ontdekt. Ze spraken elkaar in de

keuken, waar het “altijd het gezelligst is”, zoals zij zei terwijl ze hem een vuurtje gaf met een gifgroene

woody woodbecker-aansteker. ‘Gezelligst’ klonk doorgaans als knisperende nagels over een schoolbord,

maar uit haar mond… Alle cliché’s die ze hierna nog verkondigde, roken naar vers zaad in pasgemaaid

gras.

Had ze haar voorkeur uitgesproken voor Wilders, was ze praktiserend homohater gebleken, hij had het

gevroten, zuigend op iedere letter die ze uitkraamde. Het was laat geworden. Jacobien had geen fiets bij

zich, of nou ja, de parkeerplek ervan was haar zomaar ontschoten.

Hij had haar thuisgebracht en bij de voordeur luisterde hij nog zeker een half uur naar haar kleurloze

verhalen voor ze ´m binnen vroeg voor een kopje thee. Ze vertelde over een vriendin met een

glutenallergie en hoe lastig dat soms was als ze uit eten gingen, over haar vader die sinds de overname

van zijn bedrijf thuis zat en sindsdien zijn tijd besteedde aan keramiek.

Hij knikte begripvol, schonk haar nog eens wat thee bij, schudde meewarig z’n hoofd toen ze vertelde

over haar nichtje die het door een hazenlip momenteel lastig had op de banenmarkt. Stribbelde

charmant tegen toen ze hem vroeg te blijven slapen om haar tien minuten later van achter te

penetreren.

Het was haar idee geweest. Wel bliefde ze het geheel in te leiden met een ietwat eenzijdig voorspel.

Want net toen hij haar opnieuw thee wilde inschenken, was ze opgesprongen en had haar nagels

verankerd in zijn jongenshuid. Ze streelde de laatste opleving van jeugdpuistjes die verdekt opgesteld

lagen langs de haargrens van zijn baard terwijl haar boterstem lispelde dat hij haar wel even mocht

likken tot ze, zo sprak zijzelf de angstaanjagende woorden “gorgelend klaar zou komen”.

Zonder zijn antwoord af te wachten, liet ze zich languit op de bank vallen en trok in één beweging haar

wortelbroek en slip uit. Haar vagina gaapte hem aan en had iets weg van een kortharig hondje dat na

een dag binnenzitten eindelijk naar het bos mag, tong iets uit de bek. Hij boog zich langzaam voorover…

Tong..iets uit de bek. Toen dat haar te lang duurde, had Jacobien net zo lang haar muffe lippen langs de

zijne gewreven tot hij begreep wat zij het lekkerst vond, namelijk zo hard mogelijk met zijn tong over

haar clitoris rausen. Zocht hij even naar nuance, een moment van rust, zowel voor hemzelf als voor de

tot vuurrood gebalde klit die zienderogen leek op te zwellen tot een siroopkers in appelmoes…dan

maakte zij in één heupbeweging duidelijk dat het haar niet ging om liefkozen, om beminnen. Hij was een

werktuig.

Zoals beloofd kwam ze uiteindelijk, na enkele nodeloze omzwervingen van zijn kant, verrekte gorgelend

klaar. Het geluid had het midden tussen een dove vrouw in doodsangst en het schrokken van een

volgestouwde gootsteenvermaler.

Wat hulpeloos had hij voor zich uit gestaard, tot ze naast hem kwam zitten. Ze sloot haar ogen en

veegde haar mond langs z’n hals, kuste puistjes, raspte tegen de haargroei in naar boven, likte z’n

neusgat, naar beneden, z’n mond, die inmiddels voelde alsof hij een hele minuut met het onderste deel

van zijn gezicht in een kluit brandnetels had gelegen.

Daarna had ze haar kont tegen z´n middel aan geduwd en op niet mis te verstane wijze duidelijk

gemaakt dat hij aan het werk moest.

Het was zijn eerste keer geweest, op die manier. Het voelde of hij zijn geslacht door een rubberen

fietshandvat moest zien te krijgen. Niet dat hij dat ooit gedaan had, maar de vergelijking leek ‘m

passend. Daarna ging het eigenlijk vanzelf. Of nou ja, Jacobien ging vanzelf. Hij hoefde niet veel meer te

doen dan haar heupen beetpakken en zorgen dat hij niet achterover het bed uit zou lazeren. Ze kwam

nogmaals klaar, rolde op haar rug, propte een dorstige hand tussen haar opgetrokken dijen en nog

eenmaal kwam ze hijgend klaar, waarna ze zich log op haar zij draaide en zwaar ademend insliep. Hij

sjorde zijn broek, die al die tijd levenloos rond zijn enkels had gezeten, op, schoot zijn veterschoenen

aan en fietste, nog voor de straatverlichting gedoofd was, naar huis, een mengeling van stront en

pasgemaaid gras in z´n neus.

einde

geschreven door Nienke S Gravemade

iullustratie door Eva Bartels