@vvoorded volgen
schapentellen

Schapen tellen

Het ruikt naar stro, houtachtig met een vleugje mest. De dampen komen nog van de strobalen af, ze vullen de stal met een vochtige lucht. Achterin staan schaapjes, samen op een hoop, elkaar warm te houden. Ik verruil mijn schoenen voor de kaplaarzen die naast de grote schuifdeur staan.

Ik ga uit het zicht van de schapen staan, verstopt achter vier opgestapelde strobalen. Over tien minuten is het zover. Ik ril als mijn koude handen tegen mijn blote buik komen terwijl ik de knoop van mijn rok open maak. Een voor een hang ik mijn kledingstukken zorgvuldig over de voederbakken achter me. De kaplaarzen hou ik aan.

Over mijn lijf verschijnt minuscule kippenvel. Knieschijven beginnen uit reflex te trillen, tepels worden stijf. Een zachte windvlaag baant zich een weg tussen m´n benen door. Er vallen wat strootjes op de grond, ik voel er een in mijn laars verdwijnen.

Het heeft even geduurd, voor ik deze stap durfde te zetten. Boeren zijn over het algemeen niet zo experimenteel, zijn mogelijke reactie houd me al wekenlang bezig. Bovenin de nok hangt een grote klok, het is vijf voor zeven. Nog vijf minuten voordat hij zijn tweede ochtendlijke ronde maakt door de stal.

Hij is aantrekkelijk, voor een schapenboer. Ik zie hem iedere middag langsfietsen, als hij boodschappen gaat doen. Zijn groene jas, leren laarzen, altijd dezelfde donkerblauwe spijkerbroek. Als ik hem zie ruik ik hem, hij ruikt naar stal en een indringende geur van aftershave. De geur van koffie is vermengd met die van frisse kauwgom.

Onder zijn nagels zit zwart vuil. Zijn knokkels,  ruw van het eelt. In zijn stoppelbaard verschuilen zich enkele grijze exemplaren. Ik heb dit alleen maar van een afstand mogen aanschouwen, wanneer hij voor me staat in de rij van de supermarkt. Of wanneer ik hem tegenkom in het bos, achter zijn erf, waar ik de honden uitlaat.

Voorovergebogen sta ik, met het stro prikkend tegen mijn buik en borsten. Ik hoor de schuifdeur opengaan. Ik zet mijn voeten nog wat uit elkaar, hij heeft direct zicht op mijn glimmende kutje. Mijn hart klopt in mijn keel, en ik staar naar voren, hoor zijn voetstappen dichterbij komen. Hij vertraagt zijn passen. Zijn adem klinkt zwaar en lijkt even te stoppen. Achterom kijken durf ik niet, ik wacht beleefd.

Zijn hand voelt koud, ruw. In een rechte lijn laat hij zijn vingers vanaf mijn nek over mijn rug glijden. Zijn blik valt op de blinddoek die over de rand van mijn kaplaars hangt. Ik voel hoe hij voorover buigt om het stuk stof te pakken. Zou hij me ruiken? Zijn adem streelt mijn benen en ik voel hoe het vocht uit me loopt.

Met zijn lijf tegen me aangedrukt bindt hij de blinddoek voor. Hij legt een strakke knoop waar mijn haar pijnlijk in verstrengeld zit. Ik zeg niks. Hij praat met zijn adem en aanrakingen. Met een arm duwt hij mijn rechterbeen omhoog, op de strobaal. Ik voel zijn ogen langs mijn lijf gaan en hoor dan hoe hij op zijn knieën achter me gaat zitten.

Zuigend likt hij al het vocht van mijn kutje en al gauw glijdt zijn tong bij me naar binnen. Mijn adem versnelt, mijn linkerbeen trilt, zijn grip wordt harder en harder. Ik voel zijn vingers dieper in mijn heupen en hij duwt mijn rechterbeen steeds verder omhoog. Met een lange lik tussen mijn billen door staat hij op. Zijn riem rinkelt bij het losmaken.

Mijn borsten schuren langs het prikkelende stro. Hij trekt mijn hoofd naar achter aan mijn lange blonde lokken. Met zijn andere hand ontneemt hij me mijn adem. Mijn billen trillen tegen zijn lijf als hij in me stoot, zijn zweetdruppels landen een voor een op mijn rug. Ruw draait hij me om en legt me op mijn rug, midden in de stal op de bemeste vloer. Schokkend komt hij in me, precies wanneer de kudde in beweging besluit te komen.

Geschreven door: Mette Dijkstra
Illustratie door: Josse Blase

Mette Dijkstra is schrijfster van verhalen en poëzie. Volgens haar wordt het gesprek pas interessant zodra je weerstand voelt en er blosjes op wangen verschijnen.  Ze praat, leest en schrijft graag over het gesprek over seks. Dit resulteert in uitspraken zoals deze: ‘De blosjes van onzekerheid mogen plaats maken voor blosjes van opwinding en enthousiasme. Want onzekerheid is prachtig, mits het je niet beperkt.’ Voor meer Mette beluister je hier wat haar hartslag doet versnellen.